Value Based Health Care: wat zeggen de cijfers?

Michael Porter belooft het al jaren: door de kwaliteit van zorg te verhogen, gaan de kosten omlaag. Holger Wagenaar en Steven Lugard van adviesbureau Performation plaatsten daar kanttekeningen bij. Ze hadden een zaal met voornamelijk artsen het nodige uit te leggen.

Kostendrivers onbekend

Aan het begin van de sessie vroegen Wagenaar en Lugard het maar vast: wie van de aanwezigen was arts? Daarop ging ongeveer de helft van de handen omhoog. Op de vervolgvraag: wie weet wat de belangrijkste kostendrivers zijn in haar of zijn ziekenhuis, gingen alle handen op één na omlaag. ‘Dat valt wat tegen,’ vonden beide sprekers. De meeste ziekenhuizen hebben tegenwoordig vrij scherp in beeld wat het verband is tussen zorg en kosten. Ons land loopt hierin voorop. Met time driven activity based costing, het per activiteit en tijdseenheid in kaart brengen wat kostprijzen zijn, is vast te stellen dat de tijd van de dokter en verpleegkundigen vrijwel overal de belangrijkste kostendrivers zijn.

Chronische zorg is grootste post
Maar kijken we verder, wat veroorzaakt dan de hoogste kosten? Chronische zorg blijkt verantwoordelijk voor 44% van de zorgkosten, waar acute zorg goed is voor 22% en oncologie en electieve zorg beide voor 17% meewegen. Volgens Wagenaar en Lugard wringt hier de schoen. DBC’s zijn ontwikkeld voor acute en goed behandelbare aandoeningen. Toen de methode hier een succes was en werd uitgebreid naar een groot aantal andere aandoeningen, schoten de zorgkosten omhoog. ‘DBC’s zijn minder geschikt voor complexe zorg en belonen impliciet volumegroei,’ vatten de beide sprekers hun bezwaren samen.

Verkeerde prikkels
‘Een opname levert een dokter meer op dan wanneer iemand thuis wordt verzorgd. Een arts die een slimme oplossing bedenkt waardoor de patiënt niet in het ziekenhuis hoeft te blijven, wordt daar financieel dus niet voor beloond. Voor telemetrie bestaat geen goede bekostingsstructuur. Willen we naar Value-Based Health Care (VBHC) dan hoort daar een ander financieringsmodel bij, een model dat geen verkeerde financiële prikkels bevat.’ Na een aantal jaren van kostendaling wijzen de cijfers over 2016 weer op een stijging. Volgens Wagenaar en Lugard kan dit erop wijzen op huidige VBHC initiatieven toch onvoldoende opleveren, en dat zou te maken kunnen hebben met verkeerde prikkels in het systeem.

Te eenzijdige uitleg?
Dit leidde tot weerwerk van aanwezige artsen. Zij vonden het verhaal een te eenzijdig uitleg van VBHC. ‘Kijk naar operaties bij darmkanker,’ zei iemand in de zaal. ‘Doordat er steeds minder complicaties optreden, een kwaliteitsverhoging dus, zijn de kosten omlaag gegaan. Chirurgen worden hierbij niet getriggerd om zoveel mogelijk te opereren.’ Een andere dokter vond dat in een rijk land als Nederland een verkeerde discussie wordt gevoerd. ‘U heeft het vooral over kosten. Maar het moet over kwaliteit gaan.’