2014 Nederland en Europa: hoe doen we het?

Nederland en Europa: hoe doen we het?

Waar staan we als Nederland met onze registraties in Europa? We zitten in de kopgroep maar kunnen zeker leren van landen als Engeland en Zweden. Dit bleek tijdens de plenaire vrijdagochtendsessie van het DICA-congres 2014.

Naming and shaming. Als het over kwaliteitsindicatoren gaat, zijn deze drie woorden nooit ver weg. Aan de schandpaal genageld worden: het is waar medici bang voor zijn als kwaliteitsinformatie openbaar wordt. Een nog veel grotere angst is als naming and shaming de verkeerde mensen treft, bijvoorbeeld omdat appels met peren worden vergeleken, of simpelweg omdat de publieke opinie schijnt te eisen dat er voor elke ‘fout’ een schuldige wordt aangewezen. Uit de pleniare vrijdagochtendsessie tijdens DICA 2014 – over internationale ervaringen met kwaliteitsindicatoren – werd duidelijk dat ‘naming and shaming’ bij transparantie hoort. Maar er zijn verschillende manieren om ermee om te gaan.

Risico’s onvermijdelijk
De Schot Simon MacKenzie (HIS National Clinical Lead for Data and Quality Improvement) vertelde dat het registeren van indicatoren in de UK een hoge vlucht nam na twee medische schandalen in de jaren negentig. “Artsen stonden in het begin wantrouwend tegenover onze activiteiten, maar omdat we konden aantonen dat we zeer secuur te werk gingen en dat kwaliteitsinformatie een middel is en geen doel, hebben ze zich erachter geschaard.” Dat de Engelse (roddel)pers soms zeer harde conclusies trekt op basis van de openbaar gemaakte gegevens (‘They are killing people in these hospitals’) is lastig maar onvermijdelijk. “We moeten voor ogen houden dat het openbaar maken van gegevens niet alleen de zorg beter maakt maar ook de data zelf.” En ook: “Er zijn risico’s, het is onze taak die te beheersen.”

Belang patiënt
Eén van die risico’s is dat het publiek de kwaliteitsinformatie wil herleiden tot individuele artsen. Terwijl zorg altijd teamwork is. MacKenzie: “Uitkomsten per arts zijn niet waar het om gaat. Je kiest toch ook niet voor een piloot maar voor de vliegmaatschappij?”

Zweden slaagt erin de discussie over kwaliteitsindicatoren weg te halen uit de naming and shaming hoek. Peter Naredi, chirurg in Göteborg, vertelde dat er in zijn land veel aandacht is uitgegaan naar de kwaliteit van data: “Veel ziekenhuizen in Zweden hebben te weinig volume om statistisch goed onderbouwde uitspraken te doen. Daarom kijken we minder naar individuele ziekenhuizen en meer naar het totaal: welke ontwikkeling zien we, wat kunnen we verbeteren en wat zijn de doelen?” Met 70 kwaliteitsregisters (dekt 40% van de ziekenhuiszorg) loopt Zweden wereldwijd (ver) voorop. Het geheim? Naredi: “Er is grote concensus over zowel de kwaliteitsindicatoren als het doel van transparantie. Dat is niet om artsen te veroordelen of ziekenhuizen te sluiten, maar de zorg te verbeteren. Daarbij staat het belang van de patiënt voorop.”

Dashboard
Rob Tollenaar, directeur van DICA, sloot af vanuit Nederlands perspectief. Na een aantal resultaten van zeven jaar kwaliteitsregistratie – lagere mortaliteit bij darmkanker, lagere kosten -  schetste Tollenaar het toekomstbeeld dat Nederland voor ogen moet staan. “We willen de zorgprofessional een dashboard geven met een paar cruciale parameters waarvan van dag tot dag kan worden bijgestuurd. We moeten meer luisteren naar de patiënt: een belangrijke bron van informatie waarmee tot nu toe te weinig is gedaan.” Tollenaar zei veel te verwachten van technologische innovaties van bijvoorbeeld Apple, waardoor de registratielast drastisch omlaag kan. De potentiële gezondheidswinst die nog te behalen is becijferde Tollenaar op bijna 40% minder ernstige complicaties en 33% minder sterfte na darmkankeroperaties. “Als alle ziekenhuizen volgens de best practices in hun benchmark werken kan de zorg 2.255 euro per patiënt goedkoper.”

Samenwerken in Europa
In  de samenleving lijkt het draagvlak voor Europa af te brokkelen, maar daar was in de paneldiscussie niets van te merken. Nederland, Engeland en Zweden waren eensgezind. De conclusie: alle drie de landen doen ongeveer hetzelfde maar op verschillende manieren. Dat is op zich geen probleem. Tollenaar: “Zolang we maar bereid zijn te leren van elkaars best practices.” Een pleidooi waarbij Naredi en MacKenzie zich onmiddellijk aansloten.

mojoimagealt-2175-alt